MOLENBIOTOOP
Geef molens de ruimte
 
 

Voorbeelden

Hoe werkt de bescherming van de molenbiotoop in de praktijk? Hier vindt u een aantal voorbeelden. Gezamenlijk geven ze een overzicht van de vele aspecten die bij biotoopbescherming een rol spelen.

1. Het afkopen van rechten
2.Gemeenteplannen zijn in tegenspraak met eerdere afspraken

3. Samenwerking tussen verschillende partijen
4. Beheersplan ‘groen’ rondom de molen
5. Boomhoogte tot onder de stellinghoogte teruggebracht
6. Verhogen van de molen vanwege hoge bomen
7. Actie tegen te hoge bomen
8. Herstel van molens en landschap in een 17e-eeuwse polder
9. Herstel van een waterloop en restauratie van een complex van twee molens
10. Door goede communicatie het draagvlak vergroten
11. Gemeentelijk initiatief tot herstel van de molenbiotoop
12. Handhaving van de Keur
13. Bestrijding van een inrichtingsplan
14. Stappenplan om hoge bomen aan te pakken
15. Integraal onderzoek ter verplaatsing van een molen
16. Verhoging van de molen ter compensatie van te hoog geplande bebouwing
17. Verplaatsing van een molen binnen de eigen gemeente
18. Molenverplaatsingen

1. Het afkopen van rechten

gebied: heel Nederland
diverse molens

Situatie: De laatste jaren wordt steeds vaker een onderkendevermindering van de windvang van een molen afgekocht. Dit gebeurt veelal in het kader van stedenbouwkundige ontwikkelingen en dan met name bij grootschalige hoogbouwprojecten.

Aanpak: Men wil hoger bouwen dan de hoogte die volgens de biotoopregels is toegestaan. Door de projectontwikkelaar of de gemeente wordt druk uitgeoefend om dit toch te accepteren. Is de molen in eigendom van de gemeente, door middel van een beheersstichting, dan levert dit een spagaatopstelling op. Men is dan snel geneigd om akkoord te gaan, zeker als er iets tegenover wordt gesteld.

Hier volgen enkele voorbeelden:

Een molen is eigendom van de gemeente en wordt door een stichting beheerd. Men gaat akkoord met het aanbod van de projectontwikkelaar om fokwieken te laten plaatsen op de binnenroede. In ruil mag de projectontwikkelaar op korte afstand van de molen toch boven de stellinghoogte bouwen.

Een molen is eigendom van de gemeente en wordt door een stichting beheerd. Aan de oostkant van de molen wil men een hele woonwijk neerzetten met bouwhoogten die aanzienlijk boven de stellinghoogte zullen uitkomen. De gemeente koopt dit af met een eenmalig bedrag van € 25.000, op voorwaarde dat de stichting niet tegen het plan zal procederen. Dit aanbod wordt door de stichting aanvaard.

Een molen is in eigendom van een stichting. Ter schadevergoeding van te hoge woningbouw is door de gemeente een jaarlijkse bijdrage in de exploitatiekosten toegezegd. Hiermee worden de optredende verliezen als gevolg van een verminderde windvang gecompenseerd.

Resultaat: Door de ‘oplossing’ te aanvaarden en overschrijding van de biotoopbepalingen te laten afkopen, wordt de moleneigenaar in feite monddood gemaakt. Het geeft anderen een vrijbrief om in de omgeving van de molen vergelijkbare plannen te realiseren.

Terug naar vorige pagina

2. Gemeenteplannen zijn in tegenspraak met eerdere afspraken

gemeente: Zaanstad
plaats: Zaandam
molen: De Held Jozua, paltrokmolen

Probleem: De gemeente Zaanstad legde het bestemmingsplan Inverdan, een grootschalige bouwontwikkeling rondom het station van Zaandam, ter visie. De gemeente had met de moleneigenaar afgesproken om rekening te houden met de molenbiotoop. Ze bleek zich niet aan die afspraak te hebben gehouden. Zo was er op een afstand van 70 meter een woontoren van 46 meter hoog gepland. Ook de aanleg van een park met bomen deed het ergste vermoeden. En dat terwijl bij de ontwikkeling van de woonwijken rondom de molen in de jaren tachtig de biotoopnormen door de gemeente uitdrukkelijk in acht waren genomen.

Aanpak: De Stichting Paltrokmolen De Held Jozua tekende bezwaar aan tegen het bestemmingsplan. Men wees de gemeente op de gemaakte afspraken, de te hoge bebouwing en de aanleg van het park. Bij de hoorzitting zegde de gemeente de stichting toe dat er een windtunnelonderzoek zou komen om de eventuele windhinder vast te stellen. Dit wees uit dat er uit de hoek van de woontoren geen bruikbare wind voor de molen meer was te verwachten.
In hun antwoord op de bezwaren schreven B&W dat de bouw van ongeveer vijftig woningen niet tegen het verlies aan wind voor de molen opwoog. Dit vormde voor de gemeente aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. De bebouwingsmogelijkheden van de plek waarop de woontoren gedacht werd, worden nu tot de hoogte van de bestaande bebouwing beperkt. Burgemeester en wethouders zegden toe om bij de inrichting van het park rekening te houden met de molen. Het park zal open en vlak zijn, zoals een typisch Zaans veenweidelandschap. Helaas werd de omlegging van de Houtveldweg niet gewijzigd. Deze weg vormde een belangrijke zichtlijn op de molen en leverde een goede windvang. Het onderzoek had uitgewezen dat het volbouwen van deze straat met woningblokken een belemmering van de windvang voor de molen zou opleveren en de belevingswaarde aanzienlijk zou verminderden.

Resultaat: Doordat bezwaar werd aangetekend kreeg de gemeente meer oog voor de molenbelangen, Dit leidde tot een aanzienlijke verbetering van het bestemmingsplan. De windvang van de molen is voorlopig redelijk zijn veilig gesteld. De nieuwe plannen liggen echter nog niet definitief vast.

Meer informatie: www.zaandam.nl eigenaar / molenaar: J.J. Koeman, tel. 075-6411831

Terug naar vorige pagina


3. Samenwerking tussen verschillende partijen

gemeente: Alkmaar
plaats: Koedijk
molen: Sluismolen, poldermolen

Situatie: In de zomer van 2001 verkeerde de molenbiotoop van de Sluismolen bij Koedijk in slechte staat. De belanghebbenden, het Waterschap Het Lange Rond (de eigenaar van de molen), de molenstichting van Alkmaar e.o. en de Provinciale Molencommissie van Noord-Holland, kwamen tot de conclusie dat hier op korte termijn iets aan gedaan moest worden.
De molen zelf had (en heeft) een reservefunctie als noodbemaling. De vijzel werd daartoe door elektra aangedreven. Op 17 november 2001 werd de molen door brandstichting in de as gelegd. De restauratie werd snel opgepakt en ruim een jaar later was de molen als een feniks uit de as herrezen. Bij de restauratie werd de molen weer van een door de wind aangedreven scheprad voorzien. Per 1 januari 2003 zijn alle Noord-Hollandse waterschappen boven het Noordzeekanaal tot een nieuw hoogheemraadschap gefuseerd. Ter ere van het 25-jarig bestaan heeft het Waterschap Het Lange Rond de molen als jubileumpresent aan dit nieuwe hoogheemraadschap overgedragen. Om met de molen te kunnen werken is het noodzakelijk om de sterk verwaarloosde molenbiotoop te verbeteren.

Aanpak: Landschapsbeheer Noord-Holland krijgt de opdracht om de problemen binnen de molenbiotoop te inventariseren en voorstellen tot verbetering te doen. Voor Landschapsbeheer Noord-Holland dient het plan als proefproject. Met de ervaring die men hiermee opdoet hoopt men in de toekomst meer van dit soort opdrachten te verwerven.
Het beheersplan Molenbiotoop Sluismolen te Alkmaar is heel duidelijk in zijn opzet. Als uitgangspunt dienen de toekomstbeelden van recreanten, terreingebruikers, omwonenden, de molenaar en het waterschap.
Het rapport doet de volgende aanbevelingen:
- De omgeving binnen een straal van 400 meter wordt nader bekeken.
- Een aanpak van onderop: de medewerking van de instanties en belanghebbenden is heel belangrijk om iets te kunnen bereiken.
- Er wordt rekening gehouden met de belangen en wensen van de bewoners en de gebruikers van de omgeving.
- De omwonenden worden bij het plan betrokken. Zij worden in de gelegenheid gesteld in overleg hun beplanting aan te passen.
- Voor het gehele plan geldt dat de beplanting niet hoger mag zijn dan de bebouwing.
- De beplanting wordt aanzienlijk uitgedund en gesnoeid.
- De beplanting wordt aangepast met streekeigen soorten.
- Er wordt een vervolg aan dit project gegeven in de vorm van een beheersplan, om te voorkomen dat binnen enkele jaren de molenbiotoop opnieuw in de verdrukking zal komen.
- Er wordt voorlichtingsmateriaal ontwikkeld.

De financiering van dergelijke projecten dient van tevoren te worden geregeld: zonder geld geen plannen. In dit geval werden de kosten gedragen door de provincie en het hoogheemraadschap.

Resultaat: De molenbiotoop van de Sluismolen is weer redelijk hersteld. De molen kan zijn taak als reservebemaling weer waarmaken. Bovendien is de zichtbaarheid van de molen verbeterd, al moet Rijkswaterstaat de beplanting langs de provinciale weg, de Steve Bikoweg, nog aanpakken. Bijkomend resultaat van de actie is dat de eeuwenoude keur in het gebied in ere is hersteld. Dit is het voorschrift dat de windvang van de molen veiligstelt. Het is uitgevaardigd door het nieuwe hoogheemraadschap met betrekking tot alle ‘windbemalingsinstallaties’, ofwel alle maalvaardige poldermolens die in het gebied van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier staan.
Inmiddels heeft dit voorbeeldproject een vervolg gekregen. Er zijn biotoopverbeteringsplannen uitgevoerd bij molen De Viaan in Alkmaar en momenteel (2007) is men bezig met het rooien van bomen rondom molen De Dog in Uitgeest (voorbeeld 12).

Meer informatie: www.hhnk.nl
Voor de Keur lees: 6.2. en 6.2.1. [link]

Terug naar vorige pagina


4. Beheersplan ‘groen’ rondom de molen

gemeente: Giessenlanden
plaats: Noordeloos
molen: De Stijve molen of Broekse molen. De molen heeft een reserve-bemalingsfunctie voor de polders van Middelbroek, Ameide en Tienhoven.

Situatie: De omgeving van de Stijve Molen in Noordeloos is een voorbeeld van hoe een open polderlandschap door de vele opgaande beplanting van bomen en struiken aan het dichtslibben is. Dit gaat ten koste van de windvang. Ook de landschappelijke waarde en zichtbaarheid van de molen zijn ernstig aangetast.

Aanpak: De eigenaar, de Stichting tot Instandhouding van Molens in de Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden (SIMAV), en de huurder van de molen hebben afspraken gemaakt over het onderhoud en het beheer van de groenopstanden. Deze afspraken zijn, samen met een aantal wensen, vastgelegd in het Beheersplan molenbiotoop van de Stijve Molen. In eerste instantie zijn de zichtlijnen van de Stijve Molen naar de Vlietmolen, de Hoekmolen en de Bonkmolen weer hersteld. Deze belangrijke zichtlijnen waren oorspronkelijk aanwezig voor de communicatie. Vervolgens is de windvang van de molen verbeterd door de beplanting volgens het beheersplan grondig te verminderen.

Het beheersplan omvat een beheersvisie, beheersmaatregelen en een beheersschema voor de jonge, landschappelijke beplanting binnen de molenbiotoop. De beheersvisie geeft aan wat men wil bereiken, bijvoorbeeld bescherming en duurzame instandhouding van de molenbiotoop, waarin rekening wordt gehouden met de windvang en de zichtlijnen. De beheersmaatregelen geven aan hoe men dit kan bereiken. Men stemt bijvoorbeeld de knotcyclussen van de verschillende beplantingen op elkaar af en knot met een bepaalde regelmaat. Hierbij wordt naar omlooptijden van eens in de twee tot vijf jaar gestreefd, afhankelijk van groeiplaats, zaagtechniek, vitaliteit en boomsoort. Het beheersschema geeft een opsomming van beheersmaatregelen voor de afzonderlijke landschappelijke onderdelen die binnen de molenbiotoop vallen. Hierin wordt bijvoorbeeld aangegeven dat de rietvegetatie in de periode van half januari tot half maart eenmaal per twee jaar gemaaid en afgevoerd dient te worden.

Resultaat: De windvang van de molen is aanzienlijk verbeterd en de historische zichtlijnen zijn weer hersteld.

Meer informatie: Den Hâneker, vereniging voor agrarisch natuur en landschapsbeheer in de
Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden: www.denhaneker.nl

Terug naar vorige pagina


5. Boomhoogte tot onder de stellinghoogte teruggebracht

gemeente: Zutphen
plaats: Warnsveld
molen: Nooit Gedacht, stellinghoogte 8,40 meter

Situatie: De vrijwillige molenaars van molen Nooit Gedacht in Zutphen hebben een plan gemaakt om de biotoop van hun molen te verbeteren. Ze hebben daar belangengroepen bij betrokken die juist voorstanders zijn van de bescherming van bomen en beplanting.

Aanpak: Uit een inventarisatie in 2004 bleek dat in de omgeving van de molen circa 120 bomen te hoog waren. Middels een uitvoerige rapportage kaartten de vrijwillige molenaars dit probleem bij de gemeente aan. Om bezwaren te voorkomen werd vervolgens in een vroeg stadium overleg gevoerd met twee belangengroepen in de gemeente, te weten Waardevol Warnsveld en de afdeling Zutphen van de Bomenstichting. Waardevol Warnsveld is een stichting die als doelstelling heeft het karakteristieke dorpsgezicht van de gemeente Warnsveld te behouden. De Bomenstichting zet zich in voor het behoud van bomen.
Uit het overleg bleek dat er begrip bestond voor de molenbelangen en men met behoud van het karakteristieke dorpsgezicht een verantwoorde herinrichting van de groene ruimte voorstond. Men besloot om gezamenlijk op te trekken en met een voorstel te komen. Met de hulp van een deskundige werd een herplantingsplan opgesteld waarbij bijna alle te kappen bomen door laagblijvende boomsoorten vervangen zouden worden. Zo zal de begroeiing in de toekomst onder de stelling blijven. Het accent ligt op het herinrichten van de ruimte rondom de molen met oude fruitrassen, omdat hier in het verleden ook een boomgaard heeft gestaan. In januari 2005 werd dit plan aangeboden aan de wethouder groenbeheer van de gemeente Zutphen. De kapvergunning werd verleend, met een herplantplicht voor de gemeente.

Resultaat: Met de uitvoering van het plan is de vrije windvang voor molen Nooit Gedacht gewaarborgd. Het Gilde van Vrijwillige Molenaars heeft op 24 november 2006 de gemeente Zutphen, die het plan voor kap- en herplanting gestalte heeft gegeven, onderscheiden met de Biotooppluim.

Meer informatie: www.zutphen.nl
 molenaar: D.J. Abelskamp jr., tel. 026-3810365
 E-mail: dirk-jan.abelskamp@hetnet.nl

Terug naar vorige pagina


6. Verhogen van de molen vanwege hoge bomen

gemeente: Heerenveen
plaats: Heerenveen
molen: Welgelegen, stellinghoogte was 4.50 meter, werd 10 meter

Situatie: De molen Welgelegen in Heerenveen ondervindt windbelemmering van de almaar hoger wordende bomen in de tuinen van de naastgelegen woningen en het naburige park.

Aanpak: Toen de molen in 1849 werd gebouwd als stellingkoren- en pelmolen had hij een stellinghoogte van 4,5 meter. De molen lag toen in het vrije veld, zoals de Friezen zeggen: “Hoe’t it lân der doe hinne lei” oftewel ‘Welgelegen’, wat ook de naam van de molen werd. In 1872 werd de molen door molenaar J.M. Tjepkema gekocht. De molen had toen weinig hinder van de inmiddels verschenen bebouwing, maar de molenaar begon zich zorgen te maken over de vele bomen in de tuinen en het naburige park.
In 1898 besloot de eigenaar over te gaan tot een kostbare verhoging van de gemetselde onderbouw van de molen. Het molenlichaam werd geleidelijk twintig voet opgekrikt zodat de stelling op tien meter hoogte kwam. Nu nog is te zien waar men met het opmetselen begon en waar vroeger de schoren van de stelling in de muur staken.

Resultaat: De nieuwe hoogte zorgt tot op de dag van vandaag voor een vrije windvang.

Terug naar vorige pagina


7. Actie tegen te hoge bomen

gemeente: IJsselstein
plaats: IJsselstein
molen: De Windotter, stellingkorenmolen (stelling 6,7 m; de molen staat bovendien op een stadswal van 5,5 m). Op deze korenmolen wordt door een beroepsmolenaar voor commerciële doeleinden gemalen.

Situatie: De bomen rond de Windotter in IJsselstein zijn zo hoog gegroeid dat ze ver boven de stelling uitkomen. De windvang van de molen wordt hierdoor belemmerd. Door de toegenomen turbulentie gaat de molen onregelmatig malen, waardoor de kwaliteit van het meel vermindert.

Aanpak: In overleg met de molenaar heeft de gemeente een inventarisatie gemaakt van de bomen die de windvang belemmeren. De volgende bomen zijn geselecteerd: negen kastanjes (14 m), vier treurwilgen (18 m), drie esdoorns (20 m), vijf iepen (18 m), een els (15 m) en twee sierkersen (12 m). Vervolgens heeft de gemeente overleg gevoerd met de belanghebbenden bij de bomen en de omwonenden van de molen. Tijdens een bijeenkomst wordt afgesproken dat de belanghebbenden de mogelijkheid krijgen om met voorstellen te komen om de volgende doelstelling te halen: ‘Voldoende windvang voor de molen nu en in de toekomst en een verantwoorde reconstructie van het bestaand groen dat deel uitmaakt van het beschermd stadsgezicht’. In onderling overleg heeft de gemeente daartoe een plan opgesteld. Op basis van de ingediende voorstellen wordt een besluit genomen, waarbij de belangen zijn afgewogen van
- de molen als rijksmonument en als ambachtelijk maalbedrijf
- het groen langs nabij gelegen straten in het kader van het beschermd stadsgezicht
- de belanghebbenden door het sparen van de treurwilgen en het inrichten van het Molenplantsoen als park
- de zichtbaarheid van de historische stadsmuur

Resultaat: Door het kappen en verplaatsen van de genoemde bomen zijn de molen en de vestingmuur met de theekoepel goed zichtbaar geworden. De belevingswaarde is enorm toegenomen. De windvang van de molen is sterk verbeterd.

Meer informatie: www.ijsselstein.nl
 www.windotter.nl

Terug naar vorige pagina


8. Herstel van molens en landschap in een 17e-eeuwse polder

Gebied: De Schermer

Situatie: Stichting De Schermer Molens uitte in 2002 de wens om:

  1. alle elf de molens in de Schermer te restaureren.
  2. twee nieuwe molens te bouwen om zo de oude getrapte bemaling weer zichtbaar te maken.
  3. voorzover nodig de waterstaatkundige infrastructuur te herstellen.
  4. het cultuurlandschap van de 17e-eeuwse droogmakerij te herstellen en te handhaven.

Aanpak: Het plan van de stichting omvatte verschillende fases. Eerst wilde men de elf molens maalvaardig restaureren en de hiervoor benodigde waterstaatkundige infrastructuur herstellen. Daarna wilde men de twee nieuwe molens bouwen en deze eveneens op de infrastructuur aansluiten. De bedoeling is om in 2009 het hele project op te leveren.
De provincie heeft in het kader van de provinciale ecologische hoofdstructuur de molenkolken en het herstel van de waterstaatkundige infrastructuur op zich genomen. Nieuw beleid is erop gericht polders voor extra waterberging geschikt te maken. In dit kader zouden ook de gedempte voorwaterlopen van vier poldermolens hersteld kunnen worden. Het initiatief van de stichting om de molens weer maalvaardig te maken werd door dan ook zowel de provincie als het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier ondersteund. Bij een hoge waterstand, in de toekomst zeker niet denkbeeldig, kunnen de molens bijspringen om de Schermer droog te houden. In 2006 was de maalvaardige restauratie van de elf bestaande molens gereed.
Het Rijk heeft de Noord-Hollandse droogmakerij De Schermer voorgedragen als beschermd gezicht. Hier is wel de voorwaarde aan verbonden dat het agrarisch gebruik gehandhaafd blijft. Zodoende blijft het vrijwel gave zeventiende-eeuwse landschap als een waardevol cultuurlandschap bewaard. Nu, in 2007, is men druk doende de nodige gelden bij elkaar te sprokkelen om de getrapte bemaling, middels twee nieuwe molens, weer in zijn volle glorie te kunnen herstellen.

Resultaat: De Schermer heeft de afgelopen vier eeuwen zijn oorspronkelijke karakter behouden. Ruim 40 van de oorspronkelijke 54 molens zijn weliswaar verdwenen, maar de oorspronkelijke verkaveling en de binnenboezem met twee grote vaarten is nauwelijks gewijzigd. Het eeuwenlange agrarische gebruik heeft hier in hoge mate aan bijgedragen.
Ook in de toekomst is het mogelijk om, met behoud van de waardevolle cultuurhistorische elementen, rendabele agrarische bedrijven in stand te houden.

Meer informatie: www.museummolen.nl
A. Dorst tel: 072-5021519

Terug naar vorige pagina


9. Herstel van een waterloop en restauratie van een complex van twee molens

gemeente: Bernheze
plaats: Beugt
molen: Kilsdonkse molen, een door water aangedreven oliemolen en een door water én wind aangedreven ronde stenen stellingkorenmolen (een zogenaamde watervluchtmolen) met een stellinghoogte van zo’n 5 meter.
 
Situatie: De Kilsdonkse molen is een voor Nederland zeer uniek molencomplex. De nazaten van de voormalige molenaar willen het restaureren. Het complex is inmiddels een rijksmonument, wat financiering van de restauratie ‘makkelijker’ maakt.
Het complex ontvangt in het geheel geen water. Gedurende de eerste helft van de twintigste eeuw werd de loop van het riviertje de Aa namelijk genormaliseerd. Aan het complex grenst wel een molenkolk. Die is in gebruik als visvijver en staat in verbinding met de Aa. Stroomopwaarts zal de rivierbedding zodanig moeten worden verlegd dat er weer water langs de molen zal stromen.

Aanpak: Vertegenwoordigers van het Waterschap Aa en Maas hebben aangegeven dat er juist nu kansen zijn voor het aansluiten van de molen op de oorspronkelijke rivier. Langs Veghel wordt namelijk een stuk snelweg, de A 50, aangelegd. Vanwege de schade die aan natuur en omgeving wordt toegebracht zijn er compenserende maatregelen in voorbereiding. Er is een krediet beschikbaar voor het opgraven en verbinden van het oude stroomdal van de Aa. Bovendien wil het waterschap meanders terugbrengen in de rivier, omdat dit de waterberging verbetert. Studenten Milieutechnologie van de Hogeschool ‘s–Hertogenbosch hebben inmiddels een gedetailleerd inrichtingsplan opgesteld. Dit alles in nauw overleg met het Waterschap Aa en Maas. Er staan plannen in voor de Aa over het tracé van de stuw bij Beugt tot voorbij de Kilsdonkse molen. Ten zuiden van de molen is een vispassage gepland, omdat de molen een barrière vormt voor migrerende vissoorten. In het plan wordt ook de nodige aandacht gegeven aan de flora en fauna. Voor de houtige beplanting gaat de voorkeur uit naar knotwilgen en de aanleg van lage houtwallen.

Resultaat: Het verleggen van de loop van de Aa naar de watervluchtmolen is een stuk dichterbij gekomen. Ook de windvang van de te restaureren watervluchtmolen wordt in het nieuwe plan veiliggesteld. Bijkomend voordeel is, dat het herstel van de waterloop wordt gerealiseerd zonder dat de kosten ervan op het restauratiebudget van de molen zullen drukken.

Meer informatie: www.kilsdonksemolen.nl

Terug naar vorige pagina


10. Door goede communicatie het draagvlak vergroten

gemeente: Zwolle
plaats: Zwolle
molen: De Passiebloem, een oliemolen

Situatie: In de jaren tachtig breidde Zwolle zich in oostelijke richting uit. Oliemolen De Passiebloem werd gezien als een rem op de stedenbouwkundige ontwikkelingen. Bovendien verkeerde de molen in slechte staat. Dit werd mede veroorzaakt door een slechte molenbiotoop die het draaien haast onmogelijk maakte. De gemeente overwoog de molen te verplaatsen.

Aanpak: Op het moment dat bekend werd dat de molen vermoedelijk verplaatst zou gaan worden, werd de vereniging De Vrienden van De Passiebloem opgericht. Doel was het behoud van de molen op de locatie aan de Vondelkade. Daarnaast wilde men zorgen dat de molenbiotoop verbeterd zou worden. Binnen enkele maanden hadden zich honderden leden aangemeld.
De gemeente zag van verplaatsing af en besloot de molen ter plaatse te restaureren. Men stelde een proefperiode van vijf jaar in, waarin men zou pogen aan te tonen dat de molen op deze locatie wel degelijk toekomst had. Met een tomeloze inzet van de molenaars en met steun van de vrienden ging men de gemeente op ludieke, creatieve wijze ‘communicatief masseren’. Zo probeerde men de gemeente ertoe te bewegen om die acties te ondernemen die nodig waren om de molenbiotoop te verbeteren en voor de toekomst veilig te stellen. Middels een periodiek werden omstanders van het wel en wee van De Passiebloem op de hoogte gehouden. Hierin stond steeds een kort verslag van het voortdurende overleg met de gemeente om de windvang van de molen veilig te stellen. Ook werden het college van B&W en de gemeenteraadsleden uitgenodigd om de molen en de omgeving een keer te helpen schoonmaken. Aan deze oproep werd onverwacht enthousiast gehoor gegeven. Het is zelfs een jaarlijks terugkerende activiteit geworden. De buurman van de molen, DSM, heeft ervoor gezorgd dat de molen ‘s avonds in het licht wordt gezet. Met de jaarwisseling wordt er met de molen gemalen en is het open huis. Hierdoor komen vele mensen naar de molen. Dit heeft als bijkomend voordeel dat de rietbedekking van de molen nat kan worden gehouden. Zo voorkomt men dat door een afzwaaiende vuurpijl de molen in brand zou kunnen vliegen.
Het veelvuldig overleg met de gemeente en de planmakers heeft ertoe geleid dat men zich van gemeentezijde altijd achter het streven van de molenaars heeft gesteld. De bewaking en verbetering van de molenbiotoop heeft zodoende altijd goed gefunctioneerd. Bij de vernieuwingen aan het stadion van FC-Zwolle en bij nieuwbouw op het voormalige DSM-terrein werd met de eisen die de molenbiotoop stelde rekening gehouden. Ook te hoge bomen en andere beplanting werden grondig aangepakt.

De positieve gevolgen blijken uit het volgende overzicht van de gemeentelijke besluiten en voornemens:

medio 1984: Besluit om De Passiebloem te herstellen.
medio 1988: Besluit in de planfase om de nieuw te bouwen woningen aan de Vondelkade te verlagen ten behoeve van de windvang van de molen.
medio 1995: Discussies om de molen te verplaatsen leiden aanvankelijk tot een verplaatsingsbesluit. Dit raadsbesluit wordt later weer ingetrokken.
maart 1998: Besluit om de molen voor een proefperiode van vijf jaar op de Vondelkade te laten en daarna het functioneren te evalueren.
medio 1999: Startnotitie voor het voormalige DSM-terrein voorziet in een molenbeschermingszone.
medio 2000: Plan voor de bouw van een nieuw voetbalstadion met aan de zuidzijde hoge kantoren wordt onder andere vanwege de consequenties voor de molen afgewezen.
medio 2001: Bij het voorontwerp-bestemmingsplan Wipstrik wordt een molenbeschermingszone in acht genomen.
april 2001: In de aangepaste voorovereenkomst gemeente met FC-Zwolle is als randvoorwaarde opgenomen dat de molenbiotoop als uitgangspunt wordt geaccepteerd.
maart 2003: Wethouder John Berends reikt de biotoopprijs uit aan projectontwikkelaar Nijhuis omdat bij de geplande bouw van 95 woningen op het voormalige DSM terrein de windvang van de molen wordt gerespecteerd.
mei 2003: In het bestemmingsplan voor het Aloë-terrein wordt een molenbeschermingszone opgenomen.
mei 2003: Met wethouder Pot wordt een beleidsplan opgesteld om ook op het gebied van beplanting de molenbiotoop zoveel mogelijk te respecteren. Dit geresulteert in de verwijdering van een groot aantal windverstorende populieren.
aug. 2003: Ten aanzien van het terrein van autogarage Smit & Co wordt een voorlopige voorziening getroffen zodat hoogbouw, die volgens het vigerende bestemmingsplan mogelijk is, aan banden wordt gelegd.
aug. 2003: Een kantoorplan aan de Betje Wolfstraat wordt afgewezen omdat het in strijd is met de molenbeschermingszone.

Resultaat: Uit deze opsomming blijkt steeds weer dat de gemeente Zwolle het goed met de molen en de molenbiotoop voorheeft. Steeds wordt een principiële keuze gemaakt, worden de richtlijnen van de vereniging De Hollandsche Molen overgenomen en worden zaken op bestemmingsplanniveau gereguleerd. Het beleid was en is altijd consistent en helder. Anno 2007 staat de molen, mede door de inzet van de molenaars, de vele vrienden en het beleid van de gemeente, in blakende toestand nog steeds aan de Vondelkade in een aanzienlijk verbeterde molenbiotoop.

Meer informatie: www.zwolle.nl
Email: meursdenboer@solcon.nl; passiebloem@home.nl

Terug naar vorige pagina


11. Gemeentelijk initiatief tot herstel van de molenbiotoop

gemeente: Gemert – Bakel
plaats: Bakel
molen: St. Willibrordusmolen, standerdmolen

Situatie: Door hoge bomen en struiken op openbare en particuliere terreinen rondom de St. Willibrordusmolen in Bakel was de windvang al jarenlang ronduit slecht.

Aanpak: De gemeentelijke aanpak om de windvang bij de molen Laurentia te Milheeze te verbeteren bleek een succes te zijn (zie voorbeeld 14). Ook bij de St. Willibrordusmolen in Bakel neemt de gemeente daarom het voortouw. Er wordt een plan van aanpak opgesteld. De gemeente heeft hiervoor een nauwkeurige inventarisatie van de opgaande beplanting gemaakt. Een voorstel tot het kappen van een aantal bomen wordt gepresenteerd en met de molenaars besproken. Dit resulteert in het Inrichtingsplan achter de molen Bakel. Dit plan wordt door B&W goedgekeurd. Inmiddels hebben de wethouder, de projectleider en de molenaar het inrichtingsplan op een informatieavond aan de omwonenden gepresenteerd. De omwonenden is gevraagd of ze willen meedoen met het plan om ook enkele bomen op particuliere grond te kappen of te toppen. Men is zeer positief over het voorstel. Het is iedereen duidelijk dat de windvang verbeterd moet worden.

Resultaat: De aanpak van de gemeente leidt ertoe dat er 54 grote eiken worden gekapt. Zes hiervan stonden op particulier terrein. Tien particuliere bomen worden getopt. Tevens vindt er een grondige opschoning onder de heesters en struiken plaats. Al deze activiteiten leiden tot een aanzienlijke verbetering van de windvang van de molen. Bij de herinrichting van het molenterrein zijn vijftig meter verderop de teerlingen van de voorganger van de huidige molen gevonden. Deze heeft men met een informatiebord gemarkeerd.

Meer informatie: www.gemert-bakel.nl

Terug naar vorige pagina


12. Handhaving van de Keur

gemeente: Uitgeest
plaats: Uitgeest
molen: De Dog, poldermolen

Situatie: De omgeving van poldermolen De Dog is niet conform de Keur van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier.

Aanpak: Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier en de Provincie Noord-Holland herstellen samen molenbiotopen. In de Keur van het Hoogheemraadschap (zie 6.2. en 6.2.1.) [link 6.2] is voor molens een beschermende zone van tweehonderd meter opgenomen. Binnen deze zone mag de beplanting niet boven de twee meter uitkomen opdat de molens een onbelemmerde windvang hebben. De omgeving van molen De Dog in Uitgeest voldoet niet aan deze voorwaarde.
Eind 2006 heeft het hoogheemraadschap voor de betrokkenen een voorlichtingsavond georganiseerd. De plannen voor het herstel van de molenbiotoop worden hier positief ontvangen. Om het windrecht van de molen te garanderen, worden bomen gekapt in een zestal percelen van volkstuinen aan de Uitgeesterweg. Op verzoek van de eigenaren biedt het hoogheemraadschap ter vervanging laagblijvende beplanting aan.

Resultaat: In het eerste kwartaal van 2007 heeft men de bomen gekapt. De kap is ruim voor de start van het vogelbroedseizoen voltooid. In het najaar van 2007 wordt de herinrichting van de molenbiotoop voltooid.

Terug naar vorige pagina


13. Bestrijding van een inrichtingsplan

gemeente: Grouw
plaats: gebied ten oosten van Grouw, de Swette-Burd genaamd
molen: diverse molens in het bezit van de Stichting Molens de Lege Midden

Situatie: De landinrichtingscommissie [definitie] heeft in opdracht van de provincie Friesland een plan opgesteld om het gebied rondom een aantal molens ten oosten van Grouw te veranderen in een ‘moerasgebied met struweel’. Dit plan vormt een bedreiging voor de windvang van de molens. Ook zal het mede door de molens gevormde open cultuurlandschap hierdoor verdwijnen. Bovendien is in het plan sprake van verplaatsing van de Borgermolen. De commissie heeft het plan gemaakt dat zij hebben benoemd als een Raamplan met een Eerste Uitvoeringsmodule [definitie]. Hierbij dient te worden opgemerkt dat de wijze van de planvorming niet in overeenstemming is gemaakt volgens de eisen die de Landinrichtingswet aan de planvorming stelt. Vreemd genoeg is de molenstichting hierbij geen enkele keer door de provincie of de landinrichtingscommissie benaderd. Pas bij de officiële presentatie worden ze op de hoogte gesteld van deze voor de molens zeer ingrijpende plannen.

Aanpak: In het plan ook sprake is van het verplaatsen van de Borgmolen. Indien de stichting met het planvoorstel akkoord zou gaan, zal volledig in de verplaatsings- en restauratiekosten van deze molen tegemoet worden gekomen. De stichting gaat hier niet mee akkoord en slaat de lange weg van bezwaar en beroep in. Zowel de rechtbank te Leeuwarden als de Raad van State oordelen dat het plan en de uitvoeringsmodule een wettelijke grondslag ontberen. Ze zijn niet in overeenstemming met de eisen die de Landinrichtingswet aan de planvorming stelt. Helaas wordt hierbij niet ingegaan op de inhoudelijke aspecten met betrekking tot de molenbiotoop. Deze zullen in de toekomst alsnog verdedigd moeten worden. De stichting staat nu wel sterker.

Resultaat: De verplaatsing van de Borgmolen gaat niet door. Verder is het winst dat bestemmingsplannen die zich op een raamplan of een uitvoeringsmodule baseren geen wettelijke grondslag blijken te hebben.  

Terug naar vorige pagina



14. Stappenplan om hoge bomen aan te pakken

gemeente: Gemert-Bakel
plaats: Milheeze
molen: Laurentia, beltmolen (3,9 meter)

Situatie: Om een rustplek met uitzicht op de molen te creëren, werden tussen 1973 en 1984 bij de Laurentia in Milheeze een aantal bomen geplant (een schenking van Staatsbosbeheer). In de loop der jaren verslechtert hierdoor de windvang van de molen. Ook de bosrand aan de noordzijde van de molen moet aangepakt worden, omdat deze de wind steeds meer belemmert.

Aanpak: De gemeente laat een voorstel maken met een plan van aanpak om de windvang te verbeteren. Er vindt een inventarisatie van de houtopstanden plaats. Men overlegt met de molenaars en de voormalige eigenaar (tevens molenaar/beheerder) die naast de molen woont. Op basis hiervan wordt gezamenlijk een stappenplan ontwikkeld. Op een plattegrond wordt de gewenste situatie weergegeven. De gemeente neemt het voortouw en laat de hoge bomen die op haar grond staan rooien. Dit zijn er in totaal 67. De 19 grootste bomen worden elders in de gemeente herplant. Vervolgens is het de beurt aan de voormalige eigenaar om zijn bosgedeelte uit te dunnen. Hiermee weet men de twee andere buren over te halen om hetzelfde te doen.

Resultaat: Door het weghalen van de bomen zijn ‘luchtgaten’ ontstaan. Hierdoor is de windvang van de molen aanzienlijk verbeterd.

Meer informatie: het tijdschrift Molens, december 2005, blz. 24 en 25.
www.gemert-bakel.nl

Terug naar vorige pagina

15. Integraal onderzoek ter verplaatsing van een molen

gemeente: Tiel
plaats: Wadenoijen
molen: de Poldermolen van Wadenoijen

Situatie: Omstreeks 1950 vormde de aanleg van de A15 de eerste aantasting van de biotoop rond de Poldermolen van Wadenoijen. Ter hoogte van de molen werd de snelweg namelijk verhoogd om de spoorlijn Geldermalsen-Tiel onderdoor te laten.
De tweede aantasting ontstond eind jaren tachtig. Ten westen van de molen kwam een grote afvalberg van de Afvalverwerking Rivierengebied (AVRI). In de jaren negentig volgde de aanleg van de Betuwelijn, met een spoortalud op 80 meter afstand van de molen dat tot 2,5 meter onder de askop reikt.
Door verbeteringswerken aan de Linge stroomt het water van het achterliggende gebied tegenwoordig rechtstreeks in de rivier. De poldermolen draait alleen nog maar in een circuitbemaling. De molen staat in een niemandsland temidden van grote infrastructurele werken. De windvang is sterk afgenomen en van het cultuurhistorische landschap is niets meer over. De eigenaar van de molen, de Molenstichting voor het Gelders Rivierengebied, wil de molen verplaatsen. Maar waar naartoe?

Aanpak: Bij de aanleg van de afvalberg heeft de molenstichting bezwaar gemaakt tegen de aantasting van de molenbiotoop. De AVRI heeft daarop toegezegd om na voltooiing van de afvalberg de verplaatsingskosten van de molen te betalen. NS-Railinfrabeheer koopt de grond waar de molen nu op staat van de molenstichting. Op voorstel van de provincie Gelderland wordt De Hollandsche Molen ingeschakeld om alle aspecten van de huidige locatie en mogelijke nieuwe locaties in kaart te brengen. Hiertoe zijn de volgende toetsingscriteria opgesteld:

  1. De locatie moet beschikbaar en goed bereikbaar zijn.
  2. De molenbiotoop moet veiliggesteld zijn of worden.
  3. De cultuurhistorische waarden moeten worden veiliggesteld.
  4. De poldermolen moet zijn bemalingsfunctie kunnen uitoefenen.

Voor mogelijke nieuwe locaties is uitgegaan van de Waterstaatskaart uit 1871. Deze uitgave ligt het dichtst bij de bouwdatum van de molen in 1888. Bovendien geeft deze kaart een duidelijk overzicht van de plaatsen waar in de waterstaatkundige infrastructuur mogelijk weer een poldermolen is in te passen. Alle oude molenlocaties in het stroomgebied van de Linge worden met de huidige topografische kaart vergeleken. Uiteindelijk blijven er vijf potentiële locaties over. Daarnaast stelt de molenstichting De Steendert als locatie voor en oppert de RACM de Boutensteinsche Wetering als mogelijke plek. Na bezichtiging in het veld blijven vier locaties over. Deze worden in het rapport gedetailleerd geïnventariseerd.
Het natuurgebied De Steendert (gemeente Neerijnen) bestaat uit twee zandwinputten. Het weide- en hooilandgebied is eigendom van Staatsbosbeheer en zal een eigen waterbeheersing krijgen. De molenbiotoop is goed. De Boutensteinsche Wetering (gemeente Geldermalsen) betreft geen oorspronkelijke molenlocatie, maar uit waterstaatkundig oogpunt is de plek wel interessant. De molenbiotoop is matig. Ten westen van Deil (gemeente Geldermalsen) hebben twee poldermolens gestaan, een voormolen (locatie Deil A) en een achtermolen (locatie Deil B). Met zijn grote gevlucht kan de poldermolen van Wadenoijen, net als de oorspronkelijke voormolen, voldoende vermogen leveren om tegen de sterk wisselende waterstanden van de Linge uit te malen. De biotoop van locatie A is goed en die van B matig. Het waterschap laat echter weten dat ze de poldermolen niet op de Boutensteinsche Wetering of de beide locaties bij Deil in hun watersysteem willen opnemen.

Het natuurgebied de Steendert biedt uiteindelijk de beste kansen voor de molen. De molenstichting voor het Gelders Rivierengebied geeft dan ook aan deze locatie de voorkeur. Staatsbosbeheer is bereid de grond gratis ter beschikking te stellen. AVRI en NS-Railinfrabeheer scharen achter een snelle verplaatsing en het waterschap heeft geen bezwaar tegen de locatie.

Resultaat: Alle partijen zijn het erover eens dat de molen naar De Steendert zal worden verplaatst. Hier komt de molen in een gebied met een vrijwel ongestoorde windvang te staan, die door de grondeigenaar Staatsbosbeheer ook voor de toekomst gegarandeerd wordt. De molen zal in de winter in een circuitbemaling het water verversen en daarnaast een opmalingsfunctie krijgen om de grondwaterstand te verhogen. Door verbetering van de wandel- en fietsmogelijkheden zal de molen goed zichtbaar zijn.

Zie ook: het tijdschrift Molens, nr. 76, december 2004, blz. 4 t/m7


Terug naar vorige pagina

16. Verhoging van de molen ter compensatie van te hoog geplande bebouwing

gemeente: Winschoten
plaats: Winschoten
molen: Edens, stellinghoogte 10 meter

Probleem: Wooncorporatie Acanthus heeft plannen ontwikkeld voor de bouw van een appartementencomplex aan de kop van de Zeeheldenbuurt in Winschoten, op 75 meter afstand van de molen Edens. De molen heeft een stellinghoogte van 10 meter; het geplande appartmentencomplex van vier woonlagen wordt 13 meter hoog. Het bouwproject wijkt sterk af van de geldende bestemmingsplannen. Ook botst het met de in mei 2001 door de gemeenteraad vastgestelde Notitie Molenbiotoop. Volgens deze notitie mag binnen een afstand van 240 meter van de molen niet boven de stellinghoogte worden gebouwd. Uitzonderingen zijn alleen onder strikte voorwaarden mogelijk.
Het gemeentebestuur meent de bouw van de seniorenappartementen te moeten laten prevaleren. Daartoe wordt gebruik gemaakt van de vrijstellingsmogelijkheid in de Notitie Molenbiotoop. De gemeenteraad neemt hiertoe een voorbereidingsbesluit aan en een Artikel 19-procedure wordt gestart.

Aanpak: Vanaf de eerste inspraakmogelijkheden in november 2001 hebben de plaatselijke molenaars het gemeentebestuur gewezen op de strijdigheid van het geplande bouwproject met de Notitie Molenbiotoop. Ze hebben de gemeente laten weten dat zij zich met alle wettige middelen tegen de uitvoering van het bouwplan zullen verzetten. Verschillende molenorganisaties, zoals de Stichting De Groninger Molens, de Vereniging Vrienden van de Groninger Molens, de Groningse afdeling van het Gilde van Vrijwillige Molenaars, de Molenwerkgroep Oost-Groningen, de Vereniging De Hollandsche Molen en de molenaars zelf, slaan de handen ineen. Samen dienen zij uitvoerig gemotiveerde zienswijzen in tegen het voorbereidingsbesluit en het bouwplan. De Bond Heemschut en de stichting Oud Winschoten doen hetzelfde. De leden van de gemeenteraad krijgen steeds afschriften van die stukken.
In september 2002 wordt een hoorzitting gehouden door een regionale adviescommissie bezwaar- en beroepschriften. Hierin komen de bezwaren tegen het voorbereidingsbesluit aan bod. Uit overleg tussen gemeentefunctionarissen en de molenaars blijkt dat de Rijksdienst voor de Monumentenzorg in de voornoemde adviescommissie geen medewerking wil verlenen aan een Verklaring van Geen Bezwaar van de Gedeputeerde Staten van Groningen. Deze verklaring heeft de gemeente nodig, wil ze een bouwvergunning voor het project kunnen afgeven. Het gemeentebestuur en Acanthus willen het project desondanks doorzetten. B&W stellen voor dat de gemeente meewerkt aan het drie meter ophogen van de molen. Hiermee kan de blokkade tegen de afgifte van de Verklaring van Geen Bezwaar worden opgeheven. Na uitvoerige discussie en verwijten in de richting van de molenaars en de Rijksdienst voor de Monumentenzorg, besluit de gemeenteraad in september 2003 alsnog om mee te werken aan het ophogen van de molen.

Resultaat: In de tijd dat de molen nog niet opgehoogd was terwijl het appartementencomplex er reeds stond, heeft men de molen enige tijd aan de ketting moeten leggen.  De toegenomen windturbulentie maakte dat de molen niet meer veilig kon draaien. Inmiddels is de onderbouw van de molen met drie meter verhoogd. De molenwereld en molensympathisanten hebben bereikt dat de gemeente zich zowel aan de wettelijke voorschriften als aan haar eigen regels hield.

Bron: Dhr. B. Oomkens, Molen Edens te Winschoten wordt verhoogd. In: De Nieuwe Zelfzwichter, 2003/4, blz. 12-15.

Terug naar vorige pagina


17. Verplaatsing van een molen binnen de eigen gemeente

gemeente: Nieuwegein
molen: wipwatermolen Oudegein

Situatie: De wipmolen van Nieuwegein bemaalde voorheen de polder Oudegein. De ondertoren met de koker en de kokerbalken (de centrale constructie waarop het molenhuis draait) zijn uniek. Ze dateren nog van de bouw uit 1666. Tot 1945 heeft de molen op windkracht gemalen, in de laatste decennia met bijstand van een electromotor voor de windarme dagen. Van 1945 tot 1952 werd het scheprad uitsluitend nog met de electromotor aangedreven. Nadat de molenaar die de molen van 1912 tot 1952 bediende ermee ophield, werd de molen stilgezet. In 1955 werd de molen overgedragen aan de toenmalige gemeente Jutphaas, die de molen liet restaureren. In 1966 ging de molen over in eigendom van Stichting de Utrechtse Molens die opnieuw een uitgebreide restauratie liet uitvoeren. In 1982 werd de molen door de technische dienst van de stichting stilgelegd en werden maatregelen tegen instorting van het bovenhuis genomen. Bestek en tekeningen voor een geheel nieuw bovenhuis werden vervaardigd. Uit veiligheidsoverwegingen werden in december 1988 ook de roeden verwijderd.
Met de voltooiing van de wijk Merwestein in 1988 was ook de laatste hoek waaruit nog bruikbare wind kwam afgesloten: er was daar een negental kantoorflats van dertig meter breed en veertien meter hoog verrezen, omringd door boomsingels.

Aanpak: De eigenaar van de molen zocht samen met de gemeente naar een mogelijkheid om de molen te behouden. Ter plekke restaureren zou weggegooid geld zijn. Door de staat waarin de molen verkeerde was haast geboden. De oplossing moest komen van verplaatsing naar een plek met een gegarandeerde molenbiotoop. De eigenaar had twee opties. Een plek te Loenersloot bood een optimale biotoop. Hier was zelfs nog een gave wipmolenfundering in de grond aanwezig. Een tweede plek, bij IJsselstein op de locatie van de Achterslootse Voormolen, had een minder goede biotoop en had nog slechts de resten van een fundering. Dit was duidelijk de mindere van de twee. Voor de gemeente was verhuizing van de molen uit Nieuwegein echter onbespreekbaar. Bovendien had de gemeentelijke monumentencommissie aan B&W geadviseerd de molen op zijn huidige plaats te laten staan. De molen zou dus op zijn huidige plek blijven, of verhuizen naar elders binnen de gemeente.
De impasse duurde voort tot medio 2002, waardoor ook het oude bovenhuis verwijderd moest worden. Uiteindelijk werd een plek gevonden in het park Oudegein. Op deze plek moest een nieuwe, dure fundering worden gelegd. Ook is de molenbiotoop er helaas niet ideaal.

Resultaat: Na een slepende procedure werd in 2003 de ondertoren uiteindelijk naar de rand van het park Oudegein verplaatst. Na een lange restauratieperiode kon op 10 september 2006 de Oudegeinse molen weer draaien. Maar optimaal… nee.

Terug naar vorige pagina



18. Molenverplaatsingen

Vroeger waren molenverplaatsingen niet ongebruikelijk. Overtallige molens werden van de hand gedaan, afgebroken, en elders weer opgebouw. Tegenwoordig liggen de zaken anders. Een vergunning tot verplaatsing wordt alleen nog verleend wanneer er sprake is van een zeer dwingende reden. Hier volgen enkele voorbeelden van oude en recente molenverplaatsingen. Ze geven een overzicht van de verschillende redenen die er zoal waren en zijn om tot de verplaatsing van een molen over te gaan.

Molen De Hoop in Overschie was te hoog
In de jaren zestig bleek molen De Hoop in Overschie vanwege zijn hoogte een belemmering te vormen voor de nieuwe aanvliegroute van vliegveld Zestienhoven. De kap en de wieken zouden daarom van de molen moeten worden verwijderd. Tegen deze  ontmanteling rees veel protest. Een actiecomité onder leiding van mevrouw S.M. Krijgsman, voorzitter van de toenmalige Wijkraad Overschie, wist gelden bijeen te brengen voor herbouw van de molen op een andere plaats. Pas na veel overleg tussen de eigenaar, het actiecomité en de gemeenst werd overeenstemming bereikt over de plek. Op de hoek van de Oude Kleiweg en de Overschiese Kleiweg was nog een stukje landelijk groen waar de molen goed tot zijn recht zou komen. De molen werd omgedoopt tot molen De Speelman, de naam van de vroegere eigenaar. De oude romp van De Hoop bleef voor een gedeelte staan. Afgedekt met een puntdakje doet hij tegenwoordig dienst als opslagplaats.

Een poldermolen krijgt een nieuwe functie
Sinds 1892 stond in de gemeente Slochteren een poldermolen voor de bemaling van de Rozenburgerpolder. In de jaren vijftig werd de stilstaande en vervallen molen, waar reeds een sloopvergunning voor was verleend, aangekocht door de Holland Amerika Lijn. In januari 1957 werd hij afgebroken en door de Holland Amerika Lijn aan de Keukenhof overgedragen, waar hij sindsdien als oer-Hollandse attractie dienstdoet. Omwille van de veiligheid van de grote aantalen bezoekers is de stelling bijzonder zwaar geconstrueerd.

Betere windvang en bereikbaarheid voor de molen Nieuw Leven te Valburg
De benodigde restauratie van de molen Nieuw Leven te Valburg in de jaren tachtig was aanleiding om de molen meteen ook honderd meter te verplaatsen. De windvang en bereikbaarheid van deze standerdmolen zijn hierdoor aanzienlijk verbeterd. Inmiddels zijn er plannen om aan de westzijde een nieuwe woonwijk te bouwen. De molenstichting heeft de opdrachtgever ervan kunnen overtuigen dat het oorspronkelijke plan zeer ongunstig zou uitpakken voor de windvang van de molen. De opdrachtgever heeft daarop een aangepast plan gemaakt waarin de molenbiotoop wel wordt gerespecteerd.

Molen De 1100 Roe in Amsterdam moest wijken voor woningbouwplannen
Molen De 1100 Roe stond tot 1965 aan de Haarlemmerweg in Amsterdam, circa 400 meter ten oosten van de nog op die plek staande molen De 1200 Roe. De molen had tot in de tweede helft van de negentiende eeuw een functie in de bemaling van de gecombineerde Sloterbinnen- en Middelveldse polder. Deze polder werd in 1935 in het Algemeen Uitbreidingsplan voor Amsterdam aangewezen als locatie voor nieuw te bouwen tuinsteden. Molen De 1100 Roe werd in 1965 afgebroken en in Osdorp herbouwd. De molen dient thans voor het op peil houden van het hoger gelegen water in het 50 hectare grote sportpark Ookmeer. Helaas is de molen door de verwaarloosde windsingels rondom de sportterreinen grotendeels ingegroeid. De huidige molenbiotoop is als zeer bedenkelijk te kwalificeren.